Å | Lofoten

Noorwegen

We zijn op de Lofoten aangekomen.
Een vissersdorp verscholen in een baai.

We zijn op de Lofoten aangekomen.

Het eerste wat ons opvalt wanneer we de Lofoten oprijden zijn de grillige, puntige bergen die vanuit het niets kaarsrecht uit het water omhoog komen. Als scherpe tanden die door een flinterdun blauw doekje steken doorstaat dit gebergte al eeuwen de krachten der natuur.
Het bergmassief is 300 miljoen jaar oud en behoort tot de oudste van noord Europa. Maar het landschap zoals we dat nu zien is tijdens de laatste ijstijd gevormd. Gletsjers schuurden over de zeebodem en langs het gesteente met als resultaat; verschillende eilanden en een diepe fjord die de Lofoten van het vaste land scheiden. Maar de bergpieken bleven onaangetast. De ijsmassa gleed er als het ware omheen. En dat maakt de Lofoten zo uniek, grillige bergen slechts enkele honderden meters boven zeeniveau.
Het is met niets in Europa te vergelijken. De beste voorstelling kun je wel maken wanneer je jezelf probeert voor te stellen dat het zeeniveau zo hoog stijgt dat alleen de hoogste bergtoppen van de Alpen of Pyreneeën nog net boven het water uitkomen. Of kijk even naar de foto’s.
En hier in dit ogenschijnlijk onherbergzame land wonen dan ook nog mensen. Al eeuwen lang leeft men hier van wat de zee te bieden heeft. Vis, heel veel vis. De warme golfstroom brengt al sinds jaar en dag enorme hoeveelheden kabeljauw en haring naar deze wateren. Dus visserij is de belangrijkste bron van inkomsten.
Overal langs de kust zien we vissersdorpjes verscholen in kleine baaien omringt door die steile bergen. Stuk voor stuk idyllische plaatjes. Gele en rode hutjes staan op palen langs het water. Deze hutjes of rorbuer zijn tegenwoordig te huur als vakantiehuisjes maar waren vroeger essentieel voor de vissers. Want niet alleen de locale Lofoter bevolking trok er in het seizoen op uit om te vissen. Van overal kwam men met bootjes hier naar toe. De bezoekende vissers verbleven dan in de rorbuer die ze huurden van de landeigenaren.
In Å (uitspreken als ‘oah’, een kreet van bewondering bij het zien van iets moois.) bezoeken we zo’n typisch vissersdorp. En eigenlijk is de opzet van al die dorpjes gelijk. De landheer was heer en meester. Hij was de eigenaar van het dorp en verhuurde huizen aan de vissers en rorbuer aan de bezoekers. Hij had het handelsrecht wat zoveel wil zeggen als dat hij en hij alleen de gevangen vis mocht verhandelen maar daarnaast was hij ook de eigenaar van het handelshuis. Kortom als visser had je weinig in te brengen. De landheer bepaalde de hoogte van de huur van je huis, de prijs van de spullen die je kon kopen en nog belangrijker; wat er voor de gevangen vis betaald werd. Deze situatie heeft nog geduurd tot 1936. Misschien toch niet zo idyllisch.
Hoe dan ook vis wordt er nog steeds gevangen en te drogen gehangen aan stellages bij de kust. De zoute wind droogt de verse kabeljauw helemaal uit tot stokvis. Het exportproduct van de Lofoten.
En dan hebben we nog de levertraan gemaakt van de kabeljauw lever. Uitgevonden in datzelfde Å. Apotheker Peter Møller construeerde een ketel waarin de lever zodanig kon worden gekookt en gestoomd dat er olie uit kon worden geperst. Deze olie was het middel tegen de lange donkere winters. Het werd gebruikt als lampenolie en als geneesmiddel want de olie, rijk aan vitamine D, was het middel tegen de winterdepressies. Dit wondermiddeltje uitgevonden in Å veroverde de wereld. De sterke geur die samen ging met het productieproces werd voor lief genomen want het bracht geld in het laatje. Zoveel zelfs dat er vaak werd gezegd dat je in Å het geld kon ruiken.
We lopen door het dorp en zien de Trandamperiet. De geur is nog steeds te ruiken, het hele gebouw lijkt geïmpregneerd met levertraan. Een grote houten trechter gaat dwars door de vloer van de eerste verdieping naar beneden. Er staan wat flesjes levertraan en wie wil kan proeven. Het valt ons op dat er meer schone bekertjes op het tafeltje staan dan dat er gebruikte in het prullenbakje liggen.
Een eindje verder lopen we een groot boothuis binnen. Hier wordt vissersmateriaal tentoongesteld. Netten, haken, boten alles wat nodig was om begin vorige eeuw te vissen. Ik probeer me een voorstelling te maken van hoe het toen geweest moest zijn. Honderden vissers opeen gepakt in kleine dorpjes. Met z’n twaalven in een hutje van maximaal vijf bij tien meter waarvan de ene helft gebruikt werd om het materiaal op te hangen en de andere helft om te slapen, koken en leven. Op de kade overal vis en ergens tussen de huizen een levertraanfabriek. Het is winter en koud, voor de zoveelste keer moeten ze met hun houten boot uren tegen de golven in roeien om vis te vangen. En ergens hoog boven dat alles staat de landeigenaar of viskoning het tafereel van achter zijn raam in een groot witte huis gade te slaan. Het leven van de visser was hard.
We rijden verder en genieten van de omgeving. Hier en daar ligt in een baai een wit zandstrand, de zee heeft een groen blauwe schijn en af en toe krijgen we een tropisch gevoel. Het is zo onnatuurlijk natuurlijk. We zijn blij dat we uiteindelijk toch nog zo noordelijk zijn gegaan. Het is de moeite meer dan waard.

29 augustus 2009 | Auteur: Euromania Travel | Aantal reacties: 2 | Lees verder

Tags: Noorwegen, Lofoten, Å, Landschap van sculpturen,

vorige

Daar wil ik ook naar toe.

Reacties:

  • Geplaatst door: lucia Lunter
  • Ik had net een paar dagen geleden gehoord van iemand dat het daar zo mooi was. En dat ik jullie maar eens moest vertellen daarover.
    Ik ben benieuwd naar de datum van de nieuwe reis.anchor

  • Geplaatst door: Peer Somers
  • in 2005 zijn wij, Monique en Peer op de Lofoten geweest, als onderdeel van een reis die tot aan de Noordkaap reikte.
    De Lofoten zijn werkelijk apart mooi. De grotere stad is Svolvear, die kun je niet missen.
    Ons geplande hotel in Kabelvag was gesloten voor de winter. Het was 12 augustus en het was 23 graden !!
    In kabelvag is een Aquarium, niet zoals het Dolfinarium, maar zeker de moeite waard.
    Overal op de Lofoten zie je de rekken waarop de vissen hangen te drogen. Nusfjord is een dorp en museum in 1. Hier zie je wonen en werken in volle gang. Je wordt op de Lofoten bevangen door de pracht en de rust, anders dan op het vasteland van Noorwegen, waarvan wij na 3 vakanties het nodige gezien hebben, maar nog steeds niet uitgekeken zijn.
    Niet voor niets worden de Lofoten genoemd in het boek van Floortje Dessing.anchor

Plaats een reactie

Het typische gebergte van de Lofoten.
Å het zuidelijkste dorpje op de Lofoten.
De rorbu’s staan kriskras door elkaar.
De vislijnen hangen keurig naast elkaar.
Deze boten werden vroeger gebruikt tijdens de visvangst.
De houten trechter waarmee levertraan werd geperst.
Het grote witte huis met op de voorgrond een oude vissershut.
Interieur van een vissershut eind 1800.
De weelde in het grote huis van de viskoning.
Grillige bergen en witte zandstranden.